Begrenzing van een jachtveld

Een jachtveld moet aaneengesloten zijn. Voor het vaststellen van grenzen en omvang geldt:

  • Een watergang die breder is dan 10 m vormt een scheiding tussen twee jachtvelden TENZIJ het jachtrecht daarvan ook gehuurd is. De oppervlakte van de watergang telt dan bovendien mee in de grootte van het jachtveld;
  • Een autosnelweg vormt een scheiding tussen twee jachtvelden;
  • Andere wegen dan een autosnelweg vormen GEEN scheiding tussen twee jachtvelden maar alleen de oppervlakte van onverharde wegen en grindwegen tellen mee in de grootte van het jachtveld;
  • Een spoorlijn vormt GEEN scheiding tussen twee jachtvelden maar de oppervlakte ervan telt niet mee in de grootte van het jachtveld.