Kolgans

Latijnse benaming: Anser albifrons

Kenmerken kolgans

De kolgans is herkenbaar aan een grote witte vlek rond zijn snavel: de kol of bies genoemd. Hij wordt ongeveer 65 tot 80 centimeter groot. Verder lijkt hij een kleine versie van de grauwe gans: voornamelijk bruingrijs met onregelmatige zwarte strepen op de buik, een roze snavel en oranje poten.

De kolgans verblijft en broedt in waterrijke graslanden en eet voornamelijk gras, pas ingezaaide landbouwgewassen en soms ook oogstresten van suikerbieten. In hele natte gebieden eten kolganzen ook graswortels en wilde planten op akkers en langs akkerranden en in de winter ook graan, spruitend graan en aardappels.

Wist u dat?

  • Er verblijven 900.000 kolganzen in Nederland. Dat is 80% van de wereldpopulatie.
  • De kolgans staat op nummer 3 van de dieren die het meeste schade veroorzaken in Friesland en tevens op nummer 3 voor heel Nederland.
  • Kolganzen broeden vanaf begin juni en brengen jaarlijks een nest van circa 5 tot 6 eieren voort.
  • De roep van de kolgans valt te omschrijven als een hoog, kakelend gejodel.

Relevante documenten

Alle relevante documenten met betrekking tot de kolgans zijn terug te vinden in de bibliotheek.

Handige links

Veroorzaakte schade en overlast

Er wordt onderscheid gemaakt tussen trekganzen of zogeheten winterganzen, die alleen in Nederland neerstrijken om hier te overwinteren, en standganzen oftewel zomerganzen, die het gehele jaar in Nederland doorbrengen en hier dus ook broeden en hun jongen grootbrengen. Vanwege de gunstige omstandigheden in Nederland zien we dat de aantallen overwinterende kolganzen en standganzen toenemen. In Friesland is dit ook zichtbaar. Vraatschade aan grassen en pas ingezaaide gewassen en met uitwerpselen vervuilde en vertrapte weilanden en akkers vormen een groot probleem voor de bedrijfsvoering van veel agrarische bedrijven. 

Maatregelen bij schade en overlast

Lees hier welke maatregelen ingezet mogen worden bij schade en overlast van kolganzen.